De boostervaccinatie wordt gezet met een mRNA vaccin: Pfizer/BioNTech of Moderna. Het maakt voor de boostervaccinatie niet uit welk vaccin iemand als 1e en 2e prik heeft gehad. Er is geen keuzemogelijkheid.

  • Mensen tussen 18 en 30 jaar krijgen bij voorkeur een booster met Pfizer/BioNTech.
  • Mensen ouder dan 45 – 50 jaar krijgen juist bij voorkeur een booster met Moderna

Voor jongeren is Pfizer/BioNTech de beste keuze. Na een mRNA-vaccinatie is myocarditis een zeer zeldzame bijwerking; het komt voor bij minder dan 1 per 10.000 doses. Myocarditis wordt vooral gezien als bijwerking op jongere leeftijd, bij mannen en na de tweede mRNA-vaccinatie. Hoewel nog steeds zeldzaam, blijkt uit onderzoek blijkt dat deze bijwerking 3 tot 5 keer minder vaak is gemeld na een vaccinatie met Pfizer/BioNTech dan met Moderna bij mensen jonger dan 30 jaar.

Mensen ouder dan 45-50 jaar hebben mogelijk juist iets meer baat bij Moderna, omdat dit vaccin in sommige studies hogere immuunresponsen laat zien.

Waarom is de Moderna-booster een halve dosis?
Het komt vaker voor dat bij een boosterprik een kleinere dosis wordt gegeven dan bij de basisserie. Het immuunsysteem heeft dan genoeg aan een kleinere dosis om weer aan het werk gezet te worden. Een halve dosis is dus voldoende voor een goede reactie. En het kan zijn dat een halve dosis ook minder bijwerkingen geeft. In het onderzoek naar de Moderna-booster is een halve dosis (van 50 microgram) 6 tot 8 maanden na de basisserie gegeven. Het bleek dat mensen een goede oppepper van hun immuunsyteem kregen. De EMA (European Medicines Agency) heeft vervolgens de boosterprik met Moderna goedgekeurd (alleen) voor die halve dosis.

Bij Pfizer is alleen onderzoek gedaan met dezelfde dosis (30 microgram). Deze dosis is door de EMA goedgekeurd om te gebruiken in de boostercampagne. Of een kleinere dosis Pfizer ook voor net zo’n goede afweerreactie zorgt, is nog niet onderzocht.