Minister van Ark van Medische Zorg en Sport zei het duidelijk: “Het is onwenselijk om minderjarigen in te zetten als tolk.” In de praktijk gebeurt dat echter dagelijks, overal in Nederland, met ernstige psychische gevolgen voor het kind.

Daarom lanceerden de Johannes Wier Stichting voor gezondheidszorg en mensenrechten, AJN Jeugdartsen Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie onlangs een postercampagne die zorgprofessionals oproept een einde te maken aan deze praktijk. Want een tolk heb je vaak hard nodig, maar een kind moet je nooit laten tolken.

Jeugdarts Petra de Jong, bestuurslid van de JWS, wordt vaak geconfronteerd met kinderen die lijden onder die tolkenrol die ze voor hun ouders vervullen. “Een kind wil zijn ouders graag helpen, en zal dus niet snel uit zichzelf die rol weigeren. Tegelijk heeft een kind de angst dat hij de vaktaal niet begrijpt, dus tekortschiet. En hij hoort dingen die niet voor zijn oren bestemd zijn. Die omdraaiing van de verantwoordelijkheid tussen ouder en kind, die beschadigt het kind enorm. Daar groeit een kind niet zomaar overheen. En laten we ook niet vergeten dat dat kind op dat moment iets fundamenteels mist, namelijk school.”

Buiten deze evidente bezwaren van psychische belasting en schoolverzuim zijn er nog andere “voor de hand liggende redenen” om een kind niet te laten tolken. Zo heeft elke zorgverlener de wettelijke plicht goede zorg te verlenen, en is de WGBO in januari 2020 nog aangescherpt met de verplichting met patiënten te overleggen en ze uit te nodigen vragen te stellen. Bij een taalbarrière kan een tolk hierbij onontbeerlijk zijn. Een tolk heeft een vakbekwaamheid die van geen enkele welwillende kennis of verwante verwacht kan worden, laat staan van een kind.